Posts tonen met het label Willeke Dost. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Willeke Dost. Alle posts tonen

maandag 19 oktober 2009

Nieuw onderzoek naar verdwijning Willeke Dost

We schreven al eerder dat er volgens ons een nieuw onderzoek moest komen naar de verdwijning van Willeke Dost. Het 15 jarige meisje verdween in de nacht van 14 op 15 januari 1992 op raadselachtige wijze uit de woning van haar pleegouders in het Drentse Koekange. De politie Drenthe ging er in het verleden steeds van uit dat het meisje was weggelopen en mogelijk om die reden leverden eerdere onderzoeken naar de verdwijning van het meisje niets op.

Vandaag maakte de woordvoerder van de politie Drenthe bekend dat er nu een nieuw onderzoek is gestart naar de verdwijning van Willeke waarbij met alle mogelijke scenario's wordt rekening gehouden.
Hopelijk zal dit nieuwe onderzoek nu wel resultaat hebben en wordt er eindelijk duidelijk wat er destijds met het meisje is gebeurd.

zondag 16 augustus 2009

Kamervragen inzake zaak Willeke Dost

Op 19 mei 2009 stelde VVD kamerlid Fred Teeven enkele vragen over de zaak Willeke Dost aan de minister van justitie. Waarom stelde hij die vragen?
Dat had voornamelijk te maken met het feit dat wij binnen korte tijd drie zaken onder de aandacht van het publiek hadden gebracht waarbij vermoedelijke moorden door de politie als een "gewone" vermissing waren behandeld. We hebben het dan over de verdwijning van Wim Quak, Joanne Noordink en Willeke Dost waarover we al schreven in deze weblog. Binnenkort zullen we met nog een triest voorbeeld komen.

Zelfs de meeste niet-politiemensen weten dat bij een moord de eerste 24 uur er na de meeste kans biedt om de zaak op te lossen. Wordt er dus een overleden iemand gevonden die overduidelijk slachtoffer is van een misdrijf dan komt de politie meestal direct in actie en dat is goed.

Anders wordt het als er iemand wordt vermist. Dan gaat de politie meestal uit van vrijwillig weggaan en wordt meestal niet of nauwelijks een onderzoek gestart. Het handelen van de politie blijft veelal beperkt tot het noteren van wat gegevens van de vermiste persoon.
Als er uiteindelijk na veel vijfen en zessen wel een onderzoek komt dan is dat onderzoek veelal gericht op het vragen aan het publiek of iemand de betrokkene ook gezien heeft. Maar zelfs al komt dan een echt onderzoek op gang dan is er onnodig veel kostbare tijd verstreken.

Wij pleiten voor een andere aanpak.
Er moeten bij de politie deskundigen komen die in staat zijn na een vermissing binnen korte tijd het meest waarschijnlijke scenario te beschrijven en dat scenario moet dan als eerste en met spoed worden onderzocht.
Scenario's schrijven heeft niets te maken met koffiedik-kijken of glazen bollen bestuderen. Het is gewoon een kwestie van naar de feiten kijken en deze op de juiste wijze waarderen.

De vragen van Fred Teeven hadden dus de bedoeling om die verandering in het denken bij politie en justitie op gang te brengen. Uit de antwoorden van de minister kunt u lezen dat het nog wel even zal duren voordat er iets verandert. Men komt als oplossing met reeds bestaande procedures die al voldoende blijk hebben gegeven niet te werken. Daar hebben we dus niets aan.

De antwoorden
Op 28 juli 2009 kwamen de antwoorden binnen. Onze reacties staan na de antwoorden van de minister vermeld.

1
Hebt u kennisgenomen van de ontwikkelingen rond de ‘vermissing van Willeke Dost’? Deelt u de mening dat het volstrekt onaanvaardbaar is dat bij het vermoeden van een ernstig misdrijf dergelijke zaken worden afgedaan als een ‘vermissing’?

Antwoord
Ja. Indien er naar aanleiding van een vermissing een redelijk vermoeden bestaat dat sprake is van een strafbaar feit, is het van belang dat er een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart.

Reactie schrijvers
Dit is nu net de kern van het probleem. Wie bepaalt of er een redelijk vermoeden van een strafbaar feit is? Kijk bijvoorbeeld naar de vermissing van Joanne Noordink uit Aalten. Ondanks alle aanwijzingen dat er sprake was van een misdrijf bleven politie en justitie dat ontkennen. Pas nadat er een groot artikel in De Telegraaf was verschenen, met daarin onze analyse dat er sprake moest zijn van moord, werd men wakker. Pas toen werd er een opsporingsonderzoek gestart en uiteindelijk bleken wij gelijk te hebben. Zie elders op dit weblog.


2
Is het niet noodzakelijk dat er bij oude ‘vermissingszaken’ zo snel mogelijk een landelijke scan komt waarin het politieonderzoek wordt herbeoordeeld en er (onafhankelijk) wordt bezien of er een opsporingsonderzoek moet worden opgestart?

Antwoord
Van december 2000 tot juli 2004 was er een Landelijk Team Kindermoorden dat is opgericht voor het doen van onderzoek naar 13 destijds niet opgehelderde kindermoorden. Dit team is opgeheven nadat deze onderzoeken zijn verricht. De zaak van Willeke Dost was een van de dertien onderzochte zaken.
Voor nieuwe zaken bestaat er inmiddels een DNA-databank voor vermiste personen met DNA-profielen van vermiste personen of hun eerstegraads familieleden en DNA-profielen van stoffelijke resten. Op aanvraag van o.a. het Landelijke bureau vermiste personen van het KLPD vergelijkt het NFI deze profielen met elkaar.

Reactie schrijvers
Het Landelijk Team Kindermoorden heeft inderdaad de zaak van Willeke Dost bekeken. Men kwam echter niet tot een duidelijke aanbeveling, het kon volgens dit team alles zijn, van weglopen tot moord. daar had niemand dus wat aan. Na het onderzoek van het LTK heeft de politie Drenthe in 2004 een nieuw onderzoek opgestart. Maar ook dit onderzoek was geheel gericht op het weglopen van Willeke, hoewel wij toen al een analyse hebben aangeleverd waarin wij aangaven dat Willeke vermoedelijk het slachtoffer was van een misdrijf. Men heeft die analyse echter genegeerd en er is toen geen opsporingsonderzoek gestart. Het is dus volkomen onzin dat het onderzoek van nu iets te maken heeft met het oude advies van het LTK.

De landelijke DNA databank biedt geen enkele oplossing voor dit soort zaken. Het enige wat daar gebeurt is het opslaan van DNA profielen van vermiste personen. Als iemand verdwijnt wordt daar zijn profiel opgeslagen. Wordt er ergens een ongeïdentificeerd lijk gevonden dan kijkt men op basis van het dna of het één van de vermiste personen is. Dit heeft dus niets met het instellen van een onderzoek te maken. Dit argument wordt vaker misbruikt om nabestaanden de illusie te geven dat de politie er iets aan doet.


3
Is het OM voornemens met betrekking tot deze zaak zo snel mogelijk een opsporingsonderzoek op te starten, gezien de nieuw gerezen verdenkingen? Zo nee, waarom niet? Wordt er in de zaak van Willeke Dost alles aan gedaan om het wegmaken van sporen en bewijsmiddelen per omgaande te voorkomen?

Antwoord
Naar aanleiding van de resultaten van het in het antwoord op vraag twee genoemde onderzoek heeft eind 2008 de Regionale Stuurcommissie (RSC) van Drenthe opdracht gegeven aan de regiopolitie Drenthe om het dossier Willeke Dost nader te analyseren, scenario’s uit te werken en een voorstel te doen voor besluitvorming over de start van een nieuw operationeel onderzoek, omdat men een levensdelictvermoedde. In de Regionale Stuurcommissie (RSC (voorheen de RRAC)) hebben zitting de recherche-officier van justitie, de plv. korpschef, de drie plv. districtschefs, de recherchechefs, het hoofd van het regionaal informatieknooppunt en de chef van de Noordelijke Recherche Eenheid.
Op dit moment wordt onderzoek verricht of de beschikbare informatie, met de ogen van nu bekeken en met de huidige kennis, bruikbaar is voor nader opsporingsonderzoek. Mede aan de hand van de resultaten daarvan, zal worden bezien of voldoende grond bestaat voor het opstarten van een nieuw opsporingsonderzoek. Besluitvorming zal eind dit jaar plaatsvinden.

Reactie schrijvers
Nu schrijft men dat eind 2008 "al" vermoedde dat er sprake was van een levensdelict. Echter, in mei 2009 liet de politiewoordvoerder nog weten dat men niet aan moord dacht, dat de schrijvers van dit stuk maar wat gokten en dat hij geen deel wilde uitmaken van dat gokcircuit. Is er sindsdien met terugwerkende kracht iets veranderd? Hoe het ook zij, het is goed dat men eindelijk de zaak serieus neemt. Na 17 jaar mag dat ook wel.
Het "met de ogen van nu kijken" naar de al jaren beschikbare informatie is slechts een kreet om de indruk te wekken dat daardoor die informatie nu ineens zou veranderen. Dat is natuurlijk onzin, de informatie verandert daar niet door, die is al jaren hetzelfde maar men heeft er nooit wat mee gedaan.


4
Deelt u de mening dat de know-how en de ervaring van de aanpak van onderzoeken in vermissingszaken landelijk moet worden geborgd en dat om die reden dergelijke onderzoeken moeten worden ondergebracht bij bijvoorbeeld het zogenaamde Cold Caseteam of het team van het Korps Landelijke Politiediensten, wat zich bezig houdt met de opsporing van voortvluchtige criminelen? Zo nee, ziet u andere mogelijkheden om de borging van vakkennis en effectiviteit te garanderen?

Antwoord
Door het inmiddels opgeheven Landelijk Team Kindermoorden (zie antwoord 2) is een systematiek ontwikkeld voor de aanpak van cold cases. Deze systematiek, die niet alleen bruikbaar is in “cold cases” maar ook in nieuwe vermissingszaken, is in de vorm van een stappenplan gedeeld met de politieregio’s. Dit stappenplan is begin dit jaar geactualiseerd en is toegankelijk voor alle korpsen. Met de opgezette systematiek wordt beoogd de in de vraag bedoelde know-how op dit gebied verder te ontwikkelen en te borgen.

Reactie schrijvers
De door het LTK ontwikkelde systematiek heeft te maken met de manier waarop een onderzoek opgezet zou kunnen worden. Daarvoor moet er eerst een beslissing genomen worden om een onderzoek te starten en dat is juist het probleem. De antwoorden op de vragen van Teeven betekenen dat er nog steeds niets geregeld is. Nog steeds is niet duidelijk wie beslist of een vermissing verdacht is en dat er dus een strafrechtelijk onderzoek gestart moet worden?


5
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden?

Antwoord
Ja. Het vergaren van de voor de beantwoording benodigde informatie heeft evenwel enige tijd gevergd.

Slot
Gelukkig waren wij niet de enigen die ongelukkig waren met de antwoorden van de minister. In een interview met radio Drenthe gaf Fred Teeven aan dat ook hij niet blij met de antwoorden was. Hij gaf aan dat hij nieuwe vragen aan de minister zou gaan stellen over de zaak.

Op de vraag van de verslaggever of hij onze kritiek op het onderzoek deelde antwoordde hij bevestigend. We staan dus niet alleen in onze kritiek, deze oud officier van justitie uit Amsterdam steunt ons daarin.

zaterdag 15 augustus 2009

3. De vermissing van Willeke Dost

Dit verhaal gaat over de destijds 15 jarige Willeke Dost. Zij verdween in de nacht van 14 op 15 januari 1992 uit de boerderij van haar pleegouders in het Drentse Koekange, een klein plaatsje in de buurt van Hoogeveen.
Haar verdwijning kreeg al in de loop der jaren al veel aandacht in de media.
De politie deed in 2004 nog een keer onderzoek, maar steeds was de vraag: “Wie heeft Willeke gezien? Er werden daarbij zelfs nieuwe fototechnieken gebruikt om te laten zien hoe Willeke er nu uit zou kunnen zien. dee vraag is echter of die tijd en dat geld wel goed is besteed? Naar onze mening niet. Wij denken dat de titel van dit stuk eigenlijk zou moeten luiden: “De niet onderzochte moord op Willeke Dost”. Want dat het hier om moord gaat en niet om welopen, is voor ons nauwelijks nog een vraag.

Eerst even iets over Willeke zelf.
Van Willeke Dost kan niet gezegd worden dat zij onder een gelukkig gesternte (op 26 november 1976 te Odoorn) was geboren. Al voor haar tweede verjaardag verongelukten haar ouders in het verkeer. Daarna volgde een lange aaneenschakeling van adopties, tehuisopnames en hulpverleningscontacten. Bij een bepaalde adoptie gedroeg Willeke zich zo afwijkend dat aangenomen werd dat zij slachtoffer was geworden van seksueel misbruik. Sinds een paar jaar was zij opgenomen in een pleeggezin te Koekange. Dit echtpaar woonde in een vrijstaande boerderij buiten de bebouwde kom. Zij hadden drie kinderen van zichzelf (1 uitwonende dochter, 1 uitwonende zoon en 1 inwonende zoon) en daarnaast ongeveer 15 pleegkinderen gehad, waarvan Willeke de laatste en nog enig inwonende was. Willeke volgde een opleiding op LBO-niveau in Meppel. Ze was door haar verleden een verlegen kind, dat moeizaam contacten legde. Ze had nauwelijks oog voor jongens en had één hartsvriendin, een meisje uit Staphorst.

Woensdagochtend 15 januari 1992
De pleegvader van Willeke stond die dag als eerste op want hij moest naar zijn werk. Normaal gesproken zette Willeke altijd haar wekker zodat ze niet geroepen hoefde te worden, maar omdat Willeke niet kwam ging haar pleegvader haar roepen. Dat was volgens hem om ongeveer kwart voor zeven. Als verklaring voor deze afwijking van de normale gang van zaken gaf de pleegvader later dat hij Willeke die ochtend in verband met het slechte weer met de auto naar school zou brengen. Het vreemde is echter dat het volgens de site van de KNMI die dag helemaal geen slecht weer was.
Daarnaast begonnen de lessen van Willeke die dag pas om twintig over tien, dus zou zij enkele uren te vroeg op school zijn gekomen. Wat had zij al die tijd op school moeten doen?

De pleegvader vertelde later tegen de politie dat, toen hij in de kamer van Willeke kwam, hij ontdekte dat Willeke ondanks het zeer vroege uur al weg was. Hem was wel opgevallen dat de wekker van Willeke nog niet was afgelopen maar nog wel aan stond, want het lampje brandde.
Als zijn verklaring juist is dan betekent dit dat Willeke ’s avonds wel de wekker voor die ochtend had gezet maar niet voor het tijdstip dat haar pleegvader haar naar school zou brengen. En waarom had zij dan de wekker niet uitgezet toen zij ‘s morgens vroeg opstond? Het zetten van de wekker wijst er in ieder geval niet op dat Willeke ’s avonds bij het naar bed gaan van plan was die nacht weg te lopen.

De pleegouders van Willeke verklaren later dat zij vervolgens in de schuur zijn gaan kijken en toen zagen dat de fiets van Willeke daar niet meer stond. Ze zeggen dat ze er toen vanuit gingen dat Willeke al op de fiets naar school was gegaan. Maar waarom zou Willeke op de fiets naar school zijn gegaan als haar pleegvader haar zou wegbrengen? Waarom zou zijn dan zo vroeg zijn weg gegaan als ze pas om twintig over tien op school hoefde te zijn? Het vreemde is bovendien dat de schoolspullen van Willeke nog in haar kamer lagen en dat Willeke die ochtend niet had ontbeten.
Hoewel de pleegouders later verklaarden dat ze op dat moment geen argwaan kregen en dachten dat Willeke gewoon naar school was gegaan, belde de pleegvader die dag enkele malen naar huis om te vragen hoe het met zijn vrouw was, ze was niet lekker die ochtend, en of ze al iets van Willeke hadden gehoord. Dat is opvallend gedrag als je zegt te denken dat Willeke gewoon op school zat.

Als Willeke ’s middags niet op de normale tijd uit school thuiskomt ondernemen de pleegouders nog steeds geen actie. Later zeggen ze dat ze dachten dat Willeke wel bij een vriendin zou zijn. Ook met het avondeten is Willeke nog niet thuis. Pas in het begin van de avond gaat men aan het rondbellen met vriendinnen, de school en de kinderbescherming. Niemand heeft Willeke echter die dag gezien.
Later zeggen de pleegouders dat ze toen direct de politie gebeld hebben maar dat klopt weer niet met de gegevens van de politie. Het blijkt dat de politie pas die woensdagavond na tien uur door de pleegouders is gebeld. Waarom hebben de pleegouders zo lang gewacht met het waarschuwen van de politie?

De politie reageerde direct op de melding en stuurde een surveillanceauto. Er wordt in en rond het huis wat gekeken, maar men vond geen spoor van Willeke. Wel bleek dat er een rugzak, een stapeltje net gewassen kleren van Willeke dat klaar lag om opgeborgen te worden en een foto van haar moeder verdwenen waren. De politie gaat er daarom, net als de pleegouders, van uit dat Willeke is weggelopen. Maar is dat ook zo? Niemand heeft Willeke, ondanks alle publiciteit, nadien ooit meer gezien. Haar papieren lagen nog thuis en er is nooit geld van haar rekening opgenomen. Waar zou ze dan van hebben moeten leven?

Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat Willeke is weggelopen. Veel wijst er op dat Willeke het slachtoffer is geworden van een misdrijf. Er zijn nog meer zaken die daar op wijzen maar het is niet verstandig dat wij die op dit moment hier bekend maken.

Staging
Maar hoe zit het dan met die sporen die er op zouden kunnen wijzen dat Willeke weggelopen is, zoals het meenemen van kleding, een foto van moeder en de fiets?

Wij denken dat hier sprake is van wat de Amerikanen “Staging the crimescène” noemen. Staging is het veranderen van een plaats delict met de bedoeling om de politie op het verkeerde spoor te zetten. Dat wordt veelal gedaan als de dader van een misdrijf denkt dat een onderzoek van de politie al snel in de richting van hem/haar zou wijzen. Men verandert dus een aantal zaken waardoor de politie op een verkeerd spoor kan worden gezet. In dit geval is dat duidelijk gelukt. Alle in deze zaak door de politie ontwikkelde activiteiten waren gericht op het terugvinden van de weggelopen Willeke.

Onderzoek 2004
In 2004 startte de politie Drenthe opnieuw een onderzoek naar de verdwijning van Willeke en men zocht daarbij op uitgebreid de publiciteit. De aanleiding voor het onderzoek was dat voordien het Landelijk Team Kindermoorden het dossier in deze zaak had onderzocht. Wij hebben het resultaat van het onderzoek gelezen maar dat stelde niet veel voor.

Om die reden heeft één van de schrijvers van dit stuk samen met een psychologe uit Assen een analyse van de zaak gemaakt waarin uitgebreid is beschreven waarom er sprake van een misdrijf en niet van weglopen is. Op deze analyse volgde geen enkele reactie.

Het gevolg was dan ook de politie in de publiciteit opnieuw uitging van het weglopen door Willeke. Uiteraard kwamen er daarop een groot aantal tips binnen van mensen die Willeke zegden gezien te hebben. Je kon de hele kaart van Nederland daarmee kleuren. Ook de nodige helderzienden en koffiedikkijkers melden zich, maar uiteindelijk leidde het allemaal tot niets. Weer einde onderzoek.

De zaak liet ons echter niet los en wij zochten een middel om eindelijk een serieus onderzoek op gang te krijgen. Dat middel vonden wij in de persoon van journaliste Jolande van der Graaf. In De Telegraaf op 9 mei 2009 heeft zij een uitgebreid artikel over deze zaak gepubliceerd. Nu werden politie en justitie in Drenthe wel wakker en er kwam er reactie via de persvoorlichter van de politie. Hij maakte duidelijk dat men onze informatie niet serieus nam en hij had daarbij over een gokcircuit.

Om deze reden hebben wij vervolgens een brief geschreven aan de heer Brouwer, de voorzitter van het College van PG’s. Deze brief werkte wel en ons is ondertussen duidelijk geworden dat onze analyse nu wel serieus wordt genomen. De politie is ondertussen begonnen met een nieuw onderzoek. Afwachten wat het deze keer oplevert.
We blijven de zaak kritisch volgen.

Kamervragen
Ook de Tweede Kamer heeft inmiddels interesse getoond. Door kamerlid Fred Teeven van de VVD werden over deze zaak schriftelijke vragen gesteld aan de minister van justitie. De antwoorden op deze vragen zijn op dit moment nog niet bekend. We komen daar uiteraard op terug.